figuur2

Thuis, poliklinisch, ziekenhuis?

Er zijn verschillende mogelijkheden gaande van thuisbevalling, poliklinisch bevallen tot een ziekenhuisverblijf. Alle drie hebben ze hun voor- en nadelen.

Thuisbevalling

In principe kunnen alle vrouwen met een normale zwangerschap thuis bevallen. De begeleidende arts of vroedvrouw zal er zich vooraf van vergewissen dat de bevalling normaal kan verlopen. Mocht er een risico op complicaties ontstaan, dan kan men alsnog beslissen de bevalling in het ziekenhuis te laten gebeuren. Er zijn wel een aantal voorzieningen vereist: er moet warm water zijn, de kamer waarin men bevalt, moet minstens te verwarmen zijn tot 25°C en moet bereikbaar zijn met een brancard voor overplaatsing naar het ziekenhuis indien nodig. Het kraamcentrum kan u een uitgebreid overzicht geven van al het materiaal dat voor de thuisbevalling moet worden klaargezet.

Poliklinisch bevallen

Wilt men de zekerheid dat er in geval van complicaties onmiddellijk medische bijstand bereikbaar is, dan kan men kiezen voor een poliklinische bevalling. Na de bevalling keert men terug naar huis.
Als men poliklinisch wilt bevallen, dan moet men vooraf contact opnemen met een kraamcentrum. Zo is de nazorg voor moeder en baby verzekerd.

Ziekenhuisverblijf

Kiest men voor het comfort van een ziekenhuisverblijf, dan gaat men, net zoals voor de poliklinische bevalling, naar het ziekenhuis. Dit gebeurt op het moment dat de weeën elkaar snel opvolgen, maar kan ook op andere momenten aangewezen zijn (bv gebroken vliezen). Na de bevalling blijft men nog een viertal dagen in het ziekenhuis. Een bevalling met ziekenhuisverblijf heeft het voordeel dat men rustig terug op kracht kan komen, zonder de zorg voor de thuisomgeving.


Bron: www.socmut.be/SocMut/WatTeDoenBij/Zwangerschap/Medisch/waar-bevallen.htm


 

 

 

Website Karel de Grote-Hogeschool